ECLI:NL:CRVB:2020:3255
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering lening bijstand wegens niet meewerken aan vestiging krediethypotheek
Appellant ontving bijstand in de vorm van een lening met de verplichting om mee te werken aan het vestigen van een krediethypotheek op zijn woning. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag stelde de hoogte van de krediethypotheek vast op €39.476,-.
Appellant werkte niet mee aan het passeren van de hypotheekakte, waardoor de krediethypotheek niet kon worden gevestigd. Het college vorderde daarom €15.591,34 terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat hij onvoldoende had meegewerkt en voldoende was geïnformeerd.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank. Het standpunt van appellant dat het college te weinig informatie verstrekte of te lang wachtte met terugvordering, wordt verworpen. De vertraging is vooral door appellant veroorzaakt. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die terugvordering in de weg staan.
De Raad bevestigt het bestreden besluit en wijst het beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De terugvordering van de bijstand is terecht omdat appellant niet heeft meegewerkt aan het vestigen van de krediethypotheek.