ECLI:NL:CRVB:2020:324
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende bewijs hoofdverblijf op opgegeven adres
Appellant diende op 8 juni 2017 een aanvraag om bijstand in, waarbij hij een adres in een gemeente had opgegeven als zijn woonadres. Het dagelijks bestuur van Werk en Inkomen Lekstroom stelde een onderzoek in naar zijn woon- en leefsituatie vanwege twijfels over het opgegeven adres. Dit onderzoek bestond uit dossieronderzoek, gesprekken, waarnemingen en een huisbezoek.
Tijdens het huisbezoek werden nauwelijks persoonlijke bezittingen aangetroffen en appellant gaf tegenstrijdige verklaringen over zijn verblijf op het adres. Ook de waarnemingen van zijn auto bij het adres waren beperkt. Getuigenverklaringen waren onvoldoende concreet en betroffen geen eigen waarnemingen.
De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij zijn hoofdverblijf had op het opgegeven adres en bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij woonde op het opgegeven adres.