ECLI:NL:CRVB:2020:3211
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening nabestaandenuitkering op grond van ANW wegens ontbreken nieuw feit
Verzoeker heeft in 2009 een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) ontvangen die door de Sociale verzekeringsbank (Svb) werd ingetrokken en teruggevorderd. In 2010 werd de uitkering opnieuw toegekend en de terugvordering verrekend. Na onderzoek bleek verzoeker niet over aflossingscapaciteit te beschikken, waarna de verrekening werd stopgezet. Verzoeker maakte bezwaar tegen de besluiten uit 2009, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Zowel rechtbank als Raad bevestigden deze beslissing.
Verzoeker stelde in het herzieningsverzoek dat onterecht te veel nadruk was gelegd op de termijnoverschrijding en dat hij recht heeft op de bedragen die ten onrechte verrekend zijn, inclusief wettelijke rente en proceskostenvergoeding. De Raad overwoog dat herziening alleen mogelijk is op basis van feiten of omstandigheden die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en die tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden.
De Raad concludeerde dat verzoeker geen nieuw feit of nieuwe omstandigheid heeft aangevoerd die aan deze criteria voldoet. Daarom werd het verzoek om herziening afgewezen. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een nieuw feit of nieuwe omstandigheid.