ECLI:NL:CRVB:2020:3210
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening AOW-uitspraak wegens ontbreken nieuw feit of omstandigheid
Verzoekster heeft in 2012 een aanvraag om een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) ingediend bij de Sociale verzekeringsbank (Svb), die is afgewezen omdat zij niet in Nederland heeft gewoond of gewerkt en geen recht heeft op huwelijkse tijdvakken volgens het Algemeen Verdrag Sociale Zekerheid tussen Nederland en Marokko. Diverse bezwaar- en beroepsprocedures hebben niet geleid tot een andere uitkomst.
Op 20 februari 2019 verzocht verzoekster om herziening van de uitspraak van 7 februari 2019. Zij stelde zich arbeidsongeschikt te achten en onder medische behandeling te zijn, en meende alsnog recht te hebben op een ouderdomspensioen. De Svb heeft verweer gevoerd en de zitting vond plaats op 19 november 2020, waarbij verzoekster niet verscheen.
De Raad overweegt dat herziening op grond van artikel 8:119 Awb Pro alleen mogelijk is bij nieuwe feiten of omstandigheden die voorheen niet bekend waren en die tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. De Raad stelt vast dat verzoekster geen nieuw feit of omstandigheid heeft aangevoerd die de eerdere afwijzing zou kunnen wijzigen. Het verzoek om herziening wordt daarom afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de AOW-uitspraak wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.