ECLI:NL:CRVB:2020:3193
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht en niet tijdig indienen beroepschrift
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat het griffierecht van €131,- niet binnen de gestelde termijn is betaald, ondanks meerdere aanmaningen. Daarnaast is het beroepschrift niet tijdig ingediend; de uiterste datum was 17 juli 2020, terwijl het beroepschrift pas op 10 augustus 2020 werd ontvangen, en slechts op 20 juli 2020 ter post werd bezorgd.
Appellant is verzocht om een verklaring voor de termijnoverschrijding, maar heeft niet gereageerd. Op grond van de beschikbare gegevens kon niet worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim was. Hierdoor is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.P.M. Zeijen, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude, en is op 16 december 2020 openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht en te late indiening van het beroepschrift.