ECLI:NL:CRVB:2020:3192

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 december 2020
Publicatiedatum
16 december 2020
Zaaknummer
17/5721 ZW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV

Appellant stelde hoger beroep in tegen een besluit van het UWV. Het UWV nam op 6 maart 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar waarbij het geheel aan de bezwaren van appellant tegemoetkwam. Vervolgens trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen in de proceskosten.

De Centrale Raad van Beroep paste artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht toe en oordeelde dat het UWV terecht veroordeeld kon worden in de proceskosten die appellant redelijkerwijs had moeten maken in verband met de behandeling van het beroep en hoger beroep.

De proceskosten werden begroot op €1.050,- voor het beroep en €525,- voor het hoger beroep voor verleende rechtsbijstand. Daarnaast werden kosten voor het rapport van een verzekeringsarts tot een bedrag van €2.413,95 vergoed. Verzoeken tot vergoeding van eigen bijdragen, kopieerkosten en griffierecht werden afgewezen of verwezen naar het UWV.

De Centrale Raad van Beroep veroordeelde het UWV in de kosten van appellant tot een totaalbedrag van €3.988,95. De uitspraak werd gedaan door S.B. Smit-Colenbrander op 16 december 2020.

Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van €3.988,95 aan proceskosten aan appellant.

Uitspraak

Datum uitspraak: 16 december 2020
17/5721 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 14 juli 2017, 16/3151 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. A.M.H.E.G. Lemmens, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 6 maart 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 12 maart 2020 heeft mr. A.L. van den Bergh, opvolgend gemachtigde, namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Partijen hebben nadere stukken ingediend.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 6 maart 2020 volledig aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.050,- in beroep en € 525,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.
Met betrekking tot de vordering van de gemaakte kosten in verband met het rapport van
R. Ouwens, verzekeringsarts/bedrijfsarts, is de Raad van oordeel dat deze kosten tot een bedrag van € 2.413,95 voor vergoeding in aanmerking komen.
In de bijlage bij het Bpb is een limitatieve opsomming gegeven van de proceshandelingen waarvoor een forfaitaire vergoeding kan worden toegekend. In vergoeding van de te betalen eigen bijdragen en de gemaakte kopieerkosten, zoals door de gemachtigde van appellant is verzocht, is daarbij niet voorzien. Deze kosten komen dan ook niet voor vergoeding in aanmerking.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 3.988,95.
Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van
K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
16 december 2020.
(getekend) S.B. Smit-Colenbrander
(getekend) K.R. van Renswoude
GdJ