ECLI:NL:CRVB:2020:3179

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 december 2020
Publicatiedatum
15 december 2020
Zaaknummer
16/7589 ZW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens gewijzigde beslissing UWV

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen beslissingen van het UWV, maar heeft deze beroepen ingetrokken nadat het UWV met een gewijzigde beslissing op bezwaar van 15 juli 2020 volledig aan haar bezwaren tegemoet was gekomen.

De Raad heeft het onderzoek heropend en een deskundige benoemd, die een rapport uitbracht. Na de intrekking van het hoger beroep door appellante heeft zij verzocht het UWV te veroordelen in de proceskosten.

De Centrale Raad van Beroep heeft op grond van de toepasselijke artikelen van de Algemene wet bestuursrecht geoordeeld dat het UWV in de proceskosten moet worden veroordeeld. De proceskosten zijn begroot op € 2.362,50 voor het beroep en € 1.575,- voor het hoger beroep. Appellante kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het UWV verhalen.

De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude, op 16 december 2020.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 3.937,50 aan proceskosten aan appellante.

Uitspraak

Datum uitspraak: 16 december 2020
16/7589 ZW, 17/6577 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraken van de rechtbank Amsterdam van
1 november 2016, 16/2509 en 28 september 2017, 17/3273
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. R.A. van Heijningen, advocaat, de hoger beroepen ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 juni 2019. Appellante is verschenen en is bijgestaan door mr. Van Heijningen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door
mr. Z. Seyban.
De Raad heeft het onderzoek heropend en een deskundige benoemd. Op 4 februari 2020 heeft drs. A.M.E. Giesberts, orthopedisch chirurg, een rapport uitgebracht.
Het Uwv heeft op 15 juli 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brieven van 10 augustus 2020 heeft mr. Van Heijningen namens appellante de hoger beroepen ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellante zijn de hoger beroepen ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 15 juli 2020 volledig aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de proceskosten die appellante in verband met de behandeling van de beroepen en de hoger beroepen redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 2.362,50 in beroep en € 1.575,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 3.937,50.
Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van
K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
16 december 2020.
(getekend) S.B. Smit-Colenbrander
(getekend) K.R. van Renswoude
GdJ