ECLI:NL:CRVB:2020:3170

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 december 2020
Publicatiedatum
15 december 2020
Zaaknummer
20/463 PW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55, zevende lid, AwbArt. 8:108, eerste lid, Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond wegens administratieve fout bij griffierechtbetaling in hoger beroep

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland, maar het griffierecht werd niet binnen de gestelde termijn geacht te zijn voldaan, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. Appellante maakte hiertegen verzet.

In het verzet bleek dat appellante het griffierecht op 2 april 2020 daadwerkelijk had voldaan. Door een administratieve fout werd dit griffierecht op 7 april 2020 onterecht teruggestort naar appellante. Hierdoor was appellante niet in verzuim.

De Centrale Raad van Beroep verklaarde het verzet gegrond, vernietigde de eerdere niet-ontvankelijkheidsverklaring en besloot het onderzoek voort te zetten zoals het was. Tevens wordt appellante een nieuwe termijn gegund om het griffierecht alsnog te voldoen. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en appellante krijgt een nieuwe termijn voor betaling van het griffierecht.

Uitspraak

Datum uitspraak: 11 december 2020
20/463 PW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 17 december 2019, 18/5355 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 28 juli 2020 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellante heeft verzet gedaan.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 28 juli 2020 berust op de overwegingen dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
In verzet is gebleken dat appellante niet in verzuim is geweest, maar het griffierecht op 2 april 2020 heeft voldaan. Door een administratieve fout is het griffierecht op 7 april 2020 teruggestort naar de rekening van appellante.
Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van 28 juli 2020 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Aan appellante zal een nieuwe termijn worden gegund voor het voldoen van het verschuldigde griffierecht
Voor een proceskostenveroordeling voor het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van E. Blijleven-de Vries als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 december 2020.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) E. Blijleven-de Vries