ECLI:NL:CRVB:2020:3166
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na wijziging functionele mogelijkhedenlijst door UWV met proceskostenveroordeling
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV inzake de WIA. Tijdens de procedure heeft overleg plaatsgevonden tussen de stafarts van het UWV en een medisch deskundige van appellante, waarna het UWV de functionele mogelijkhedenlijst (FML) heeft gewijzigd. Hierdoor zijn de bezwaren van appellante volledig weggenomen, waarna het hoger beroep is ingetrokken.
De Centrale Raad van Beroep heeft vervolgens overwogen dat bij intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel aan de bezwaren tegemoet is gekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener van het beroep in de proceskosten kan worden veroordeeld. De Raad heeft het UWV veroordeeld tot vergoeding van de kosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken voor rechtsbijstand en medisch advies.
De proceskosten zijn begroot op €1.050,- voor zowel het beroep als het hoger beroep. Daarnaast zijn de kosten voor het medische advies van drie deskundigen (S.R. Hofman, P. van Kesteren en E. Khoe) toegewezen op basis van het aantal bestede uren en het toepasselijke uurtarief. Voor het griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het UWV wenden.
De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander en uitgesproken op 16 december 2020.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van €4.594,60 aan proceskosten aan appellante na intrekking van het hoger beroep wegens wijziging van de functionele mogelijkhedenlijst.