ECLI:NL:CRVB:2020:3161
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens werkzaamheden als snorder deels vernietigd
Appellant ontving bijstand en werd door de politie aangehouden voor het illegaal verrichten van taxiritten (snorder). Het college trok de bijstand in over november 2016 en januari tot en met april 2017 en vorderde de kosten terug wegens onrechtmatige ontvangst. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat de processen-verbaal van de politie voldoende bewijs bieden dat appellant in januari tot en met april 2017 als snorder heeft gewerkt en inkomsten heeft ontvangen, maar dat voor november 2016 slechts één rit is vastgesteld zonder inkomsten. Appellant schond de inlichtingenplicht door dit niet te melden.
De Raad vernietigt het besluit voor november 2016 omdat appellant geen inkomsten had en de intrekking en terugvordering daarom onterecht zijn. Voor januari tot en met april 2017 blijft de terugvordering staan. Het college wordt veroordeeld in de proceskosten en moet griffierechten vergoeden.
Uitkomst: De intrekking van bijstand over november 2016 wordt vernietigd, de terugvordering over januari-april 2017 blijft gehandhaafd.