ECLI:NL:CRVB:2020:3141
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing IVA-uitkering wegens niet-duurzame volledige arbeidsongeschiktheid per 25 april 2017
Werknemer, werkzaam als assurantieadviseur, werd op 28 april 2015 arbeidsongeschikt. Het Uwv kende hem per 25 april 2017 een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 100%. Appellante, de werkgever en eigen risicodrager, maakte bezwaar tegen het besluit om geen IVA-uitkering toe te kennen, omdat de volledige arbeidsongeschiktheid volgens haar duurzaam was.
De rechtbank oordeelde dat alleen medische gegevens tot de datum van 25 april 2017 relevant zijn en concludeerde dat de arbeidsongeschiktheid toen niet duurzaam was. Dit oordeel steunde op rapporten van verzekeringsartsen en een brief van de behandelend arts waarin werd aangegeven dat er behandelmogelijkheden waren en een redelijke kans op verbetering.
In hoger beroep stelde appellante dat de latere toekenning van een IVA-uitkering per 1 augustus 2018, na lithiumintoxicaties, ook voor de datum in geding meegewogen moest worden. De Raad oordeelde dat de medische situatie op 25 april 2017 bepalend is en dat er toen nog behandelmogelijkheden waren. De latere verslechtering was niet relevant voor de beoordeling van de duurzaamheid op die datum.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat werknemer op 25 april 2017 niet duurzaam volledig arbeidsongeschikt was en geen recht had op een IVA-uitkering.