ECLI:NL:CRVB:2020:3120
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering en terugvordering kinderbijslag wegens verblijf kinderen in Togo
Appellant vroeg kinderbijslag aan voor zijn kinderen die tot medio 2015 in Togo woonden. Na onderzoek concludeerde de Sociale verzekeringsbank (Svb) dat de kinderen in de periode vanaf het derde kwartaal 2015 tot en met het tweede kwartaal 2017 feitelijk in Togo verbleven, ondanks inschrijving in de Nederlandse basisregistratie personen (brp). De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant tegen weigering, terugvordering en boete ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de kinderen in Nederland woonden en alleen voor school in Togo verbleven, en stelde discriminatie wegens het ontbreken van een handhavingsovereenkomst met Togo. De Raad oordeelde dat het enkel ingeschreven staan in de brp niet voldoende is voor verblijf in Nederland; er ontbrak een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland. Ook ontbraken concrete bewijzen dat de kinderen op peildata langer dan drie maanden onafgebroken in Nederland verbleven.
De Raad bevestigde dat geen kinderbijslag kan worden betaald voor kinderen die in Togo wonen, ook niet bij Nederlandse nationaliteit. De terugvordering van teveel betaalde kinderbijslag en de opgelegde boete wegens schending van de inlichtingenplicht zijn terecht. Er waren geen dringende redenen om van terugvordering of boete af te zien. De aangevallen uitspraken van de rechtbank worden bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bestreden besluiten tot weigering, terugvordering en boete worden bevestigd.