Uitspraak
19 901 WIA
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was werkzaam als algemeen medewerker en meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten. Na een periode van arbeidsongeschiktheid ontving zij een WGA-uitkering. Het UWV stelde bij een herbeoordeling vast dat haar arbeidsongeschiktheid was gedaald tot onder de 35%, waardoor de WIA-uitkering werd beëindigd per 5 juli 2018.
Appellante voerde bezwaar aan tegen dit besluit, stellende dat haar beperkingen zwaarder waren dan vastgesteld, mede door psychische klachten en een medische diagnose van hyperthyreoïdie. Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep oordeelden echter dat de medische en arbeidskundige rapporten voldoende waren onderbouwd en dat appellante onvoldoende medische gegevens had overgelegd die zwaardere beperkingen op de datum in geding konden aantonen.
De Raad benadrukte dat de medische informatie die appellante in hoger beroep aanvoerde, zoals het rapport van Psymens en de huisartsinformatie, betrekking had op een periode na de datum in geding en daarom niet relevant was voor de beoordeling. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering per 5 juli 2018 en wijst het verzoek om schadevergoeding af.