ECLI:NL:CRVB:2020:3107
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over beëindiging ziekengeld wegens geschiktheid voor arbeid
Appellant, werkzaam als verkoper binnendienst, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na een eerstejaars beoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelde het UWV vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen met passende functies, waarna het recht op ziekengeld werd beëindigd.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn complexe psychische problematiek en dat de geselecteerde functies willekeurig waren gekozen. De rechtbank oordeelde echter dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, de beperkingen adequaat waren vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst en de functies passend waren.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, maar de Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV. Het medisch oordeel en de geschiktheid van de functies werden als juist beoordeeld. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd.