ECLI:NL:CRVB:2020:3106
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing over geschiktheid voor arbeid en beëindiging Ziektewetuitkering per 27 november 2017
Appellant, werkzaam als transportbegeleider, meldde zich in 2017 ziek met diverse klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na herstelverklaringen en nieuwe ziekmeldingen stelde het UWV vast dat appellant per 27 november 2017 geschikt was voor zijn maatgevende arbeid en beëindigde de Ziektewetuitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de medische klachten, inclusief psychische en hartklachten, voldoende waren beoordeeld door de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De rechtbank vond geen aanleiding om het oordeel over de geschiktheid te wijzigen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de hartklachten wel medisch geobjectiveerd konden worden en dat psychische klachten onvoldoende waren meegewogen. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter het oordeel van de rechtbank en verzekeringsarts dat appellant ondanks deze klachten geschikt was voor zijn werk per de datum in geschil.
De Raad wees ook het verzoek tot inschakeling van een deskundige af en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat appellant per 27 november 2017 geschikt was voor zijn werk en geen recht meer had op Ziektewetuitkering.