ECLI:NL:CRVB:2020:3062
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing UWV omtrent weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft zich ziek gemeld met psychische klachten en verzocht om een WIA-uitkering, welke door het UWV werd geweigerd wegens een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 35%. Na diverse medische beoordelingen en het opstellen van Functionele Mogelijkhedenlijsten (FML) concludeerde het UWV dat appellant niet voldoende arbeidsongeschikt was voor een uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de beperkingen in de FML adequaat waren vastgesteld en dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren voor appellant. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn psychische klachten, evenwichtsproblemen en medicijngebruik onvoldoende waren meegewogen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en stelde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de beperkingen in de FML overtuigend had gemotiveerd, ook rekening houdend met medicijngebruik. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep werd verworpen. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.