ECLI:NL:CRVB:2020:3057
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing parkeerkostenvergoeding wegens ontbreken indicatie auto
Appellant had een persoonsgebonden budget (pgb) toegekend gekregen voor een scootmobiel, maar gebruikte dit om een auto aan te schaffen. Hij verzocht vervolgens om een vervoerskostenvergoeding en later een parkeerkostenvergoeding voor zijn auto. Het Indicatieadviesbureau Amsterdam (IAB) gaf in juli 2017 advies dat appellant niet in aanmerking kwam voor een vervoerskostenvergoeding voor een auto, omdat een scootmobiel in combinatie met aanvullend openbaar vervoer (AOV) adequaat was.
Het college wees de aanvraag voor parkeerkostenvergoeding af, omdat appellant geen indicatie voor een auto had en zijn gezondheidssituatie sinds het IAB-advies niet was verslechterd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
Appellant stelde dat zijn gezondheid was verslechterd en wilde nieuwe medische stukken overleggen, maar heeft dit niet onderbouwd. De Raad oordeelde daarom dat het eerdere advies en de afwijzing terecht waren. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de parkeerkostenvergoeding bevestigd.