ECLI:NL:CRVB:2020:3041
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet indienen beroepsgronden
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. Volgens artikel 6:5 Awb Pro dient het beroepschrift de gronden van het beroep te bevatten, hetgeen in dit geval niet is gebeurd. De gemachtigde van appellant is meerdere malen in de gelegenheid gesteld om de beroepsgronden alsnog in te dienen, met verlengde termijnen en een laatste aanmaning per aangetekende brief.
Ondanks deze kansen heeft appellant de beroepsgronden niet ingediend en is geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Hierdoor is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.
De Centrale Raad van Beroep heeft daarom het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard en geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter J.P.M. Zeijen en griffier K.R. van Renswoude op 2 december 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van beroepsgronden.