ECLI:NL:CRVB:2020:3040
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering na zorgvuldig UWV-onderzoek bevestigd
Appellant was laatstelijk werkzaam als grondwerker en meldde zich ziek met lichamelijke en later psychische klachten. Het UWV kende hem een loongerelateerde WGA-uitkering toe, maar stelde na bezwaar zijn arbeidsongeschiktheid bij en beëindigde de WIA-uitkering per 5 februari 2018.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het UWV zorgvuldig onderzoek had verricht en de medische conclusies juist waren. Appellant voerde in hoger beroep aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn PTSS, knie- en allergieklachten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank de gronden volledig en gemotiveerd had behandeld. De Raad vond geen aanleiding om de medische beoordeling te wijzigen, onder meer omdat de psychische beperkingen niet zwaarder waren dan vastgesteld, de knieoperatie na de datum in geding plaatsvond en de allergie geen medische indicatie gaf voor aanpassing.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en zag geen reden voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de WIA-uitkering terecht heeft beëindigd per 5 februari 2018.