ECLI:NL:CRVB:2020:303
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Ziektewetuitkering wegens onvoldoende objectivering cognitieve beperkingen
Appellant, voormalig instructeur bij Defensie, meldde zich ziek met neurologisch-psychologische klachten en verzocht om een Ziektewetuitkering. Het UWV weigerde deze uitkering omdat de verzekeringsarts oordeelde dat appellant geschikt was voor zijn laatst verrichte arbeid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische rapporten geen objectieve verslechtering van de cognitieve klachten aantoonden.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen waren onderschat en dat nieuw neuropsychologisch onderzoek (NPO) uit 2017 een duidelijke verslechtering liet zien. Hij overhandigde aanvullende medische stukken van Pro Persona, waaronder een psychiatrisch rapport en een behandelplan. Het UWV handhaafde haar standpunt dat er geen sprake was van toegenomen beperkingen.
De Raad volgde de rechtbank en het UWV, benadrukkend dat het NPO uit 2017 niet betrouwbaar was vanwege onderpresteren en dat er geen objectivering van verslechtering was. Ook de aanvullende medische stukken bevatten geen nieuwe feiten die tot een ander oordeel leiden. Het verzoek om een onafhankelijke deskundige werd afgewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; Ziektewetuitkering geweigerd wegens onvoldoende objectivering van cognitieve verslechtering.