ECLI:NL:CRVB:2020:3006
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende financiële duidelijkheid
Verzoeker heeft een aanvraag om bijstand ingediend die door het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort is afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over zijn financiële situatie. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. Verzoeker stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening in de vorm van een voorschot op bijstand.
De voorzieningenrechter beoordeelde of sprake was van onverwijlde spoed en een spoedeisend financieel belang. Verzoeker gaf aan in een precaire financiële situatie te verkeren, maar bleek bij nader onderzoek bij zijn moeder te wonen en door haar te worden onderhouden. Er waren geen schulden die zouden leiden tot huisuitzetting, afsluiting van nutsvoorzieningen of verlies van ziektekostenverzekering.
Ook had verzoeker zich na de eerste afwijzing niet opnieuw gemeld voor een aanvraag, wat de voorzieningenrechter meewoog. Er was geen sprake van een onomkeerbare situatie die een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een actueel spoedeisend belang.