ECLI:NL:CRVB:2020:2856
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden in WAJONG-zaak
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland inzake een WAJONG-uitkering.
Het beroepschrift bevatte echter geen gronden, wat in strijd is met artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De appellant is twee keer schriftelijk in de gelegenheid gesteld om de beroepsgronden alsnog binnen een termijn van vier weken in te dienen, maar heeft deze termijnen ongebruikt laten verlopen.
Er is geen sprake van een verontschuldiging voor het verzuim. Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.
Een proceskostenveroordeling is niet opgelegd. De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude, op 18 november 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.