ECLI:NL:CRVB:2020:2849
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na beoordeling Functionele Mogelijkhedenlijst en arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig callcenter agent, meldde zich ziek na een auto-ongeluk en psychische klachten. Het UWV stelde op basis van een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en arbeidsdeskundig onderzoek vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen, waarna de Ziektewetuitkering werd beëindigd.
In bezwaar en hoger beroep voerde appellant aan dat de FML onvoldoende rekening hield met zijn cognitieve en psychische beperkingen, onderbouwd door een bedrijfsarts en een arts die hij in 2019 bezocht. De verzekeringsarts bezwaar en beroep handhaafde echter de beperkingen, waarbij de bedrijfsarts niet werd gevolgd vanwege het ontbreken van medische onderbouwing.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de aangeleverde medische gegevens geen aanleiding gaven om de beperkingen te verzwaren en dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Ziektewetuitkering terecht is beëindigd op basis van de vastgestelde beperkingen.