Uitspraak
18.5818 PW, 18/5848 PW
OVERWEGINGEN
- bevestigt de aangevallen uitspraken;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand en werkte als zzp’er met één opdrachtgever die een VOG eiste. Na een verkeersincident waarbij appellant veroordeeld werd tot een taakstraf, kon hij geen VOG meer verkrijgen en verloor zijn opdrachtgever. Hierdoor werd appellant bijstandbehoevend en kreeg een 100% maatregel opgelegd wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.
Daarnaast werd een tweede 100% maatregel opgelegd omdat appellant onvoldoende sollicitaties verrichtte, ondanks afspraken hierover. Het college stelde dat appellant niet naar vermogen had geprobeerd algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen, wat door de Raad werd bevestigd na onderzoek van de ingediende sollicitatiebrieven en telefoontjes naar werkgevers.
Appellant voerde aan dat hij niet had kunnen voorzien dat het verkeersincident tot het verlies van de VOG zou leiden en dat zijn medische situatie onvoldoende werd meegewogen. De Raad oordeelde dat de strafrechtelijke veroordeling het verwijtbare karakter van het handelen bevestigt en dat de medische beperkingen geen vrijstelling van arbeidsverplichtingen opleveren.
De Raad verklaarde de hoger beroepen ongegrond en bevestigde de eerdere uitspraken en maatregelen. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De opgelegde 100% maatregelen wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid en onvoldoende sollicitaties worden bevestigd.