Appellante, werkzaam als verzorgende, viel in 2013 uit vanwege diverse klachten waaronder fibromyalgie. Het UWV kende haar een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Later besloot het UWV deze uitkering te beëindigen omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% zou zijn, gebaseerd op medische rapporten en een arbeidsdeskundig onderzoek.
De rechtbank vernietigde het besluit maar handhaafde de rechtsgevolgen, waarbij zij het oordeel van een door haar ingeschakelde onafhankelijke verzekeringsarts volgde die de beperkingen van appellante nauwkeurig had onderzocht en vastgesteld. Appellante voerde aan dat haar beperkingen door fibromyalgie niet juist waren meegewogen, maar dit werd niet onderbouwd met voldoende medische gegevens.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV terecht het besluit had genomen, omdat de medische onderbouwing de juiste belastbaarheid van appellante weerspiegelde en de geselecteerde functies passend waren. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen. De uitspraak bevestigt dat het medisch oordeel van een onafhankelijke deskundige zwaarwegend is in dergelijke zaken.