ECLI:NL:CRVB:2020:2778
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en veroordeling in proceskosten
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV inzake de WIA. Tijdens de procedure heeft het UWV op 30 juni 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen, waarmee het volledig tegemoet kwam aan de bezwaren van appellante. Naar aanleiding hiervan heeft appellante op 6 juli 2020 het hoger beroep ingetrokken en verzocht om veroordeling van het UWV in de proceskosten.
De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek zonder zitting gesloten en overwogen dat op grond van artikel 8:75a Awb en artikel 8:108 Awb Pro het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming aan bezwaren kan worden veroordeeld in de kosten. De Raad heeft het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken, begroot op €1.050 voor het beroep en €1.575 voor het hoger beroep.
De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude, en uitgesproken in het openbaar op 11 november 2020.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld in de proceskosten van appellante tot een bedrag van €2.625 na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming aan bezwaren.