Uitspraak
19.1322 WWAJ
OVERWEGINGEN
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
De Centrale Raad van Beroep behandelde een verzoek om herziening van een eerdere uitspraak waarin het hoger beroep niet-ontvankelijk was verklaard wegens te late indiening. Het verzoek richtte zich op de stelling dat de uitkering op grond van de Wajong ten onrechte was stopgezet. De Raad overwoog dat herziening alleen mogelijk is op basis van feiten of omstandigheden die voor de oorspronkelijke uitspraak niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden.
De Raad concludeerde dat de aangevoerde gronden niet voldoen aan de criteria van artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het verzoek betrof immers een procedurele kwestie rondom de termijn van het hoger beroep en niet de inhoudelijke beoordeling van de uitkeringsstopzetting. Daarom bleef de eerdere uitspraak onverkort van kracht.
Er werd geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 6 november 2020 door J. Brand, met griffier V.M. Candelaria.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.