ECLI:NL:CRVB:2020:2745
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling mate arbeidsongeschiktheid WIA op 43,76%
Appellante was werkzaam als codeuse en meldde zich ziek na een hersenbloeding. Het UWV kende haar een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 41,87%. Na een melding van toegenomen arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld dat zij vanaf 3 februari 2017 voor 43,76% arbeidsongeschikt was. Het bezwaar van appellante tegen deze vaststelling werd door het UWV ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld en de medische beoordeling juist was. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat haar beperkingen ernstiger waren, maar zij bracht geen nieuwe medische feiten aan.
De Raad volgde de rechtbank en stelde vast dat de medische rapporten voldoende gemotiveerd waren en dat er geen reden was een medisch deskundige te benoemen. Ook was de geschiktheid van de functies voor appellante medisch verantwoord vastgesteld. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 43,76%.