ECLI:NL:CRVB:2020:2738
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek aanvullende inkomensvoorziening ouderen
Appellant heeft een verzoek tot herziening ingediend tegen in rechte vaststaande besluiten van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) waarbij de aanvullende inkomensvoorziening voor ouderen werd ingetrokken en een bedrag van €24.816,84 werd teruggevorderd. De SVB baseerde dit op het bezit van meerdere woningen in Marokko.
Appellant stelde dat hij geen eigenaar was van twee van de betrokken woningen, wat door de SVB werd erkend, maar omdat de waarde van de woning in [plaatsnaam 1] hoger was dan het vrij te laten vermogen, werd het verzoek alsnog afgewezen. In het huidige herzieningsverzoek voerde appellant aan dat de woning in [plaatsnaam 1] een bouwval is en mogelijk verkeerd was getaxeerd.
De Raad oordeelde dat deze feiten niet nieuw zijn en dat appellant deze omstandigheden ook al eerder had kunnen aanvoeren. Er waren geen aanwijzingen dat de oorspronkelijke besluiten onmiskenbaar onjuist waren. Een verklaring uit 2014 bevestigde het eigendom van appellant van de woning in [plaatsnaam 1]. Het hoger beroep werd daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de besluiten van de SVB wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.