ECLI:NL:CRVB:2020:2702
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante, laatst werkzaam als schoonmaakster, kreeg een WGA-uitkering toegekend vanwege arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling stelde het UWV vast dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg en beëindigde de uitkering per 7 februari 2017. Appellante maakte bezwaar en ging in beroep tegen dit besluit, stellende dat haar beperkingen, waaronder PTSS, migraine, artrose en allergieën, onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordelend dat het UWV een zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek had verricht. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige hadden passende beperkingen vastgesteld en geschikte functies geselecteerd die appellante kon vervullen, ondanks haar klachten en taalbeheersing.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren en overhandigde aanvullende medische stukken. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank, oordeelde dat de medische informatie geen aanleiding gaf tot aanpassing van de beperkingen en bevestigde dat de geselecteerde functies passend waren. De Raad concludeerde dat de WGA-uitkering terecht was beëindigd en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.