ECLI:NL:CRVB:2020:2700
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en veroordeling in proceskosten
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Het UWV nam op 27 januari 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar waarmee het volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Hierdoor trok appellante het hoger beroep in bij brief van 12 maart 2020 en verzocht de Centrale Raad van Beroep het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten op grond van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, omdat het hoger beroep was ingetrokken. De Raad overwoog dat op grond van artikel 8:75a Awb het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming aan de bezwaren kan worden veroordeeld in de kosten.
De Raad stelde de proceskosten vast op €1.050 voor het beroep en €525 voor het hoger beroep, plus €7,40 aan reiskosten voor de zitting bij de rechtbank. Verzoeken om vergoeding van eigen bijdragen werden afgewezen omdat deze niet in het Besluit proceskosten bestuursrecht zijn opgenomen. Vergoeding van griffierecht dient appellante rechtstreeks bij het UWV te vorderen.
De Centrale Raad van Beroep veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellante tot een bedrag van €1.582,40. De uitspraak werd gedaan door J.P.M. Zeijen en uitgesproken op 4 november 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep is ingetrokken en het UWV is veroordeeld in de proceskosten van appellante tot €1.582,40.