ECLI:NL:CRVB:2020:2695
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en toewijzing proceskosten
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Het UWV nam op 13 maart 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar, waarmee het volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Naar aanleiding hiervan trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Centrale Raad van Beroep liet het onderzoek ter zitting achterwege op grond van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, gezien de intrekking van het hoger beroep. De Raad overwoog dat op grond van artikel 8:75a Awb en artikel 8:108 Awb Pro het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming aan de bezwaren kan worden veroordeeld in de kosten.
De Raad stelde vast dat het UWV met de gewijzigde beslissing volledig aan de bezwaren tegemoet was gekomen en veroordeelde het UWV tot betaling van proceskosten van in totaal € 2.612,04. Dit bedrag omvat kosten voor verleende rechtsbijstand en vergoeding van een rapport van een verzekeringsarts. Vergoeding van griffierecht dient appellante rechtstreeks bij het UWV te vorderen.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van € 2.612,04 aan proceskosten na intrekking van het hoger beroep wegens volledige tegemoetkoming aan de bezwaren van appellante.