ECLI:NL:CRVB:2020:2694
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen vergoeding proceskosten bij intrekking hoger beroep wegens geen tegemoetkomen bestuursorgaan
Appellant had bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam een aanvraag ingediend voor ontheffing van arbeidsverplichtingen op grond van de Participatiewet, welke door het college op 20 februari 2018 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Later verleende het college in een andere procedure ontheffing vanaf 21 februari 2018 tot nader medisch onderzoek.
Appellant trok het hoger beroep in nadat het college bij een beslissing op bezwaar van 31 januari 2019 oordeelde dat de arbeidsverplichtingen vanaf 6 december 2018 niet meer op appellant van toepassing waren. Omdat deze beslissing op bezwaar betrekking had op een andere periode dan het bestreden besluit, bleef het oorspronkelijke besluit intact.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat er geen sprake was van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a van de Awb, waardoor geen proceskostenvergoeding aan appellant toekomt. Het verzoek om het college te veroordelen in de proceskosten werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om het college te veroordelen in de proceskosten wordt afgewezen omdat geen tegemoetkomen is vastgesteld.