ECLI:NL:CRVB:2020:2687
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht in WIA-zaak
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam in een zaak betreffende de WIA. De gemachtigde van appellant werd op 9 juni 2020 en opnieuw op 10 juli 2020 schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €131,- binnen de gestelde termijnen.
Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet tijdig voldaan. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat op basis van de beschikbare gegevens niet kan worden aangenomen dat appellant niet in verzuim is geweest. Hierdoor is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk en wordt het zonder inhoudelijke behandeling afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen op 4 november 2020. Tegen deze beslissing kan binnen zes weken verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.