ECLI:NL:CRVB:2020:2580
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning loongerelateerde WIA-uitkering bij 59,83% arbeidsongeschiktheid
De appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om hem een loongerelateerde WIA-uitkering toe te kennen op grond van een arbeidsongeschiktheid van 59,83%. De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische beoordeling en de vastgestelde beperkingen juist waren. De appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn psychische klachten en de diagnose sarcoïdose zijn functioneren ernstig belemmeren en dat er onvoldoende rekening is gehouden met zijn situatie.
De Centrale Raad van Beroep heeft de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad oordeelde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de medische informatie, waaronder de psychische problematiek, voldoende heeft betrokken en gemotiveerd in zijn beoordeling. De appellant heeft geen nieuwe medische informatie aangeleverd die aanleiding geeft tot twijfel aan de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid.
Ook het verzoek om benoeming van een onafhankelijke psychiater werd afgewezen, omdat geen aanleiding bestaat voor twijfel aan de medische beoordeling. De Raad concludeert dat de loongerelateerde WIA-uitkering terecht is toegekend en dat de geduide functies passend zijn bij de belastbaarheid van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de toekenning van de loongerelateerde WIA-uitkering bij 59,83% arbeidsongeschiktheid blijft gehandhaafd.