ECLI:NL:CRVB:2020:2579
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij wijziging WIA-uitkering wegens gebrek aan spoedeisend belang
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het UWV waarin zijn arbeidsongeschiktheid per 16 november 2018 is vastgesteld op 62,68%, met als gevolg dat zijn loonaanvullingsuitkering ongewijzigd bleef. Verzoeker stelt dat per 1 december 2020 zijn uitkering zal dalen en dat hij daardoor financiële problemen zal krijgen, waardoor hij spoedeisend belang heeft bij een voorschot.
De voorzieningenrechter overweegt dat het besluit van 16 november 2018 geen directe wijziging in de financiële situatie van verzoeker heeft veroorzaakt, omdat de uitkering op grond van artikel 60, derde lid, van de Wet WIA tot 1 december 2020 is doorbetaald. Het UWV zal de actuele situatie per 1 december 2020 nog beoordelen en een nieuw besluit nemen.
Daarom is er geen spoedeisend belang bij een voorlopige voorziening over de mate van arbeidsongeschiktheid per 16 november 2018. Verzoeker kan na het nieuwe besluit over de situatie per 1 december 2020 alsnog een voorlopige voorziening vragen. Het verzoek wordt dan ook afgewezen zonder zitting en zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.