ECLI:NL:CRVB:2020:257
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag langdurige zorg wegens ontbreken blijvende behoefte aan 24-uurs zorg
Appellante heeft ernstige lichamelijke problemen en PTSS en vroeg op 15 juli 2016 langdurige zorg aan bij het CIZ. Deze aanvraag werd op 26 augustus 2016 afgewezen en het bezwaar daarop op 20 maart 2017 ongegrond verklaard, omdat uit medisch advies bleek dat appellante zelf de regie kan voeren en hulp kan inroepen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, stellende dat appellante niet voldeed aan de voorwaarden voor een indicatie voor zorg vanuit de Wlz, omdat er geen sprake was van een blijvende behoefte aan permanent toezicht of 24-uurs zorg.
Appellante voerde aan dat zij door flauwtes vaak viel en 24-uurs zorg nodig had, en dat zij niet altijd zelf hulp kon inroepen. Zij ondersteunde dit met verklaringen van haar huisarts en verpleegkundige, maar deze verklaringen betroffen een periode na de beoordelingsperiode en bevestigden niet dat zij tijdens de beoordelingsperiode niet zelf hulp kon inroepen.
De Raad oordeelde dat de valpartijen buiten de beoordelingsperiode vielen en dat persoonsalarmering beschikbaar was. De verklaringen van de artsen bevestigden het oordeel van de medisch adviseur dat appellante zelf hulp kan inroepen. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag langdurige zorg op grond van de Wlz wordt afgewezen wegens het ontbreken van een blijvende behoefte aan 24-uurs zorg in de nabijheid.