ECLI:NL:CRVB:2020:2545
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens niet meewerken aan gesprek over woon- en leefsituatie
Appellante diende op 25 oktober 2016 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Participatiewet en gaf een adres te woonplaats op. Naar aanleiding van haar aanvraag vond een onderzoek plaats waarbij medewerkers van de gemeente Lelystad haar op 1 december 2016 hoorden en een onaangekondigd huisbezoek aflegden. Tijdens dit bezoek ontstonden twijfels over haar feitelijke woon- en leefsituatie, mede door tegenstrijdige verklaringen en observaties van haar auto bij meerdere adressen.
Op 19 december 2016 werd een gesprek gepland om deze onduidelijkheden te bespreken. Tijdens dit gesprek verliet appellante voortijdig de bijeenkomst nadat zij geconfronteerd werd met de bevindingen. Ondanks pogingen van de medewerkers om contact te zoeken en haar de mogelijkheid te bieden terug te komen op haar antwoorden, leverde appellante geen aanvullende informatie aan.
Het college wees daarop haar aanvraag af omdat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld door het ontbreken van medewerking. Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het voortijdig verlaten van het gesprek niet onrechtmatig was, dat de medewerkers niet onnodig provocerend hadden gehandeld en dat er geen strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel. De Raad bevestigde dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt waar zij woonde en leefde in de relevante periode, waardoor de afwijzing terecht was.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand is afgewezen vanwege onvoldoende medewerking en onduidelijkheid over de woon- en leefsituatie.