ECLI:NL:CRVB:2020:2538
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, laatstelijk werkzaam als orderpicker en bibliotheekmedewerker, viel uit wegens nek- en rugklachten na een bedrijfsongeval. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige vast dat appellant belastbaar is met beperkingen volgens een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van januari 2017 en niet geschikt is voor zijn oude werk, maar geschikt voor andere functies. De mate van arbeidsongeschiktheid werd berekend op minder dan 35%, waardoor de WIA-uitkering werd geweigerd.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond, waarbij het medisch en arbeidskundig onderzoek als zorgvuldig werd beoordeeld. In hoger beroep stelde appellant dat zijn beperkingen groter zijn dan aangenomen, onderbouwd met medische rapporten en verschillen in FML's, en dat hij niet geschikt is voor de geselecteerde functies.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV een zorgvuldig medisch onderzoek heeft verricht, waarbij ook psychische klachten zijn onderzocht. De verschillen tussen de FML's worden verklaard door het tijdstip van beoordeling en aanvullende medische gegevens. De beperkingen zijn juist vastgesteld en appellant is geschikt voor de geselecteerde functies. Het hoger beroep wordt verworpen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.