ECLI:NL:CRVB:2020:2533

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 oktober 2020
Publicatiedatum
20 oktober 2020
Zaaknummer
19/4002 PW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:118 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:57 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Kostenvergoeding bij intrekking hoger beroep door bestuursorgaan

Het college van burgemeester en wethouders van Veenendaal heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. Vervolgens heeft het bestuursorgaan het hoger beroep ingetrokken bij brief van 22 april 2020. Betrokkene heeft verzocht om veroordeling van appellant in de proceskosten.

De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten op grond van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en heeft het onderzoek gesloten. De Raad overweegt dat op grond van artikel 8:118, eerste lid, Awb, het bestuursorgaan bij intrekking van het hoger beroep op verzoek van een partij kan worden veroordeeld in de proceskosten die redelijkerwijs zijn gemaakt.

Omdat de rechtbank in eerste aanleg al een proceskostenveroordeling had uitgesproken, beperkt de Raad zich tot de kosten die in hoger beroep zijn gemaakt. De kosten worden begroot op € 525,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Veenendaal tot betaling van dit bedrag aan betrokkene.

Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Veenendaal is veroordeeld tot betaling van € 525,- aan proceskosten aan betrokkene.

Uitspraak

Datum uitspraak: 20 oktober 2020
19/ 4002 PW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 9 augustus 2019, 19/1865 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
het college van burgemeester en wethouders van Veenendaal (appellant)
[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 22 april 2020 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.
Namens betrokkene heeft mr. C.J. van der Sloot, advocaat, verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten.
Appellant heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:118, eerste lid, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.
Aangezien de rechtbank al een veroordeling in de proceskosten in eerste aanleg heeft uitgesproken moet de Raad nog slechts oordelen over de in hoger beroep gemaakte kosten.
Gelet hierop wordt appellant veroordeeld in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 525,- in hoger beroep.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt appellant in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 525,-.
Deze uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in tegenwoordigheid van E. Blijleven-de Vries als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 oktober 2020.
(getekend) E.C.R. Schut
(getekend) E. Blijleven-de Vries