ECLI:NL:CRVB:2020:252
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering toekenning IVA-uitkering wegens ontbreken duurzame volledige arbeidsongeschiktheid
Ex-werkneemster was secretaresse en viel in november 2009 uit wegens lichamelijke en psychische klachten. Na een loongerelateerde WGA-uitkering en een herbeoordeling in 2012, werd vastgesteld dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waarna de WGA-uitkering in 2014 werd beëindigd. In november 2015 verzocht zij om herbeoordeling wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid, waarbij een verzekeringsarts in maart 2016 een chronische huidaandoening, psychische klachten en ernstige beperkingen aan de rechterhand vaststelde, mede door een operatie.
Het UWV kende haar een WIA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%, maar weigerde een IVA-uitkering wegens het ontbreken van duurzame volledige arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep van de werkgever ongegrond, en in hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad oordeelt dat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is omdat de medische situatie nog niet stabiel was door een herstelperiode na een complexe operatie aan de duim.
De verzekeringsartsen stelden dat de beperkingen niet duurzaam zijn en dat herstel mogelijk is, waardoor geen recht bestaat op een IVA-uitkering. De Raad volgt dit standpunt en bevestigt de eerdere uitspraak, waarmee het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat geen recht bestaat op een IVA-uitkering wegens het ontbreken van duurzame volledige arbeidsongeschiktheid.