ECLI:NL:CRVB:2020:2513
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens onduidelijke verblijfadressen dakloze
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en meldde zich als dak- en thuisloze met meerdere verblijfadressen. Het college stelde een onderzoek in waarbij handhavingsspecialisten de opgegeven adressen bezochten. Op twee adressen werd appellant niet herkend door de hoofdbewoners en op het derde adres werd niet gereageerd op aanbellen.
Het college trok de bijstand per 1 maart 2017 in wegens schending van de inlichtingenplicht door appellant. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het college terecht het recht op bijstand niet kon vaststellen vanwege onvolledige en onjuiste gegevens.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat hij de mogelijkheid had moeten krijgen om zijn verblijfplaatsen te tonen. De Raad oordeelde dat de gronden van appellant een herhaling waren van eerdere bezwaren en dat de rechtbank gemotiveerd had geoordeeld. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens onduidelijke en onjuiste verblijfadressen wordt bevestigd.