ECLI:NL:CRVB:2020:2495
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante was uitgevallen wegens rugklachten en ontving aanvankelijk een WIA-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na een herbeoordeling door het UWV werd vastgesteld dat haar belastbaarheid was verbeterd en dat zij geschikt was voor bepaalde functies, waardoor haar arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op minder dan 35% en de uitkering werd beëindigd.
De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard, waarbij zij de medische beoordeling van de verzekeringsartsen en de geschiktheid van de geselecteerde functies onderschreef. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar klachten waren toegenomen, dat er sprake was van tegenstrijdige medische beoordelingen en dat de functies niet passend waren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante onvoldoende medische gegevens had overgelegd om het oordeel te wijzigen, dat de herniaklachten voldoende waren beoordeeld en dat de functies passend waren op basis van de meest recente functionele mogelijkhedenlijst. Het hoger beroep slaagde niet en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WIA-uitkering terecht is beëindigd wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.