Uitspraak
17.3215 ZW, 18/4950 ZW, 18/4951 WIA
11 april 2017, 16/3644 (aangevallen uitspraak 1) en 25 juli 2018, 18/82 en 18/83 (aangevallen uitspraak 2)
Centrale Raad van Beroep
Appellant was werkzaam als beveiliger en meldde zich ziek in februari 2012. Na ontvangst van een WW-uitkering werd hem een WIA-uitkering geweigerd omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en de wachttijd van 104 weken niet had doorlopen. Vervolgens ontving appellant een Ziektewetuitkering die later werd beëindigd, waarna ook een aanvraag voor een WIA-uitkering werd afgewezen.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat appellant niet aan de voorwaarden voor een WIA-uitkering voldeed. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraken en stelt vast dat appellant onvoldoende nieuwe medische gegevens heeft aangeleverd om het oordeel te wijzigen.
De Raad benadrukt dat het enkele feit van een hersteldverklaring tijdens de wachttijd niet betekent dat de wachttijd is vervuld. Omdat appellant zich niet binnen vier weken na hersteldverklaring opnieuw ziek heeft gemeld, is de wachttijd niet voltooid en is de weigering van de WIA-uitkering terecht. De ZW-uitkering is eveneens terecht beëindigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en de beëindiging van de Ziektewetuitkering.