ECLI:NL:CRVB:2020:2455
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig elektromonteur, meldde zich ziek met burn-outklachten en onderging een operatie aan een hernia nucleus pulposus. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant belastbaar is met beperkingen vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Het UWV weigerde een WIA-uitkering toe te kennen omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de FML adequaat rekening hield met zowel psychische als fysieke beperkingen. In hoger beroep voerde appellant aan dat meer beperkingen en een urenbeperking hadden moeten worden aangenomen, met aanvullende medische stukken ter onderbouwing.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De medische informatie die appellant overlegt leidt niet tot een ander oordeel, mede omdat deze informatie deels na de relevante peildatum dateert. De Raad bevestigt dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn voor appellant en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.