ECLI:NL:CRVB:2020:2453
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellante, werkzaam als medewerker ICT, meldde zich ziek met rugklachten en uitstraling naar het been. Na medisch onderzoek door een verzekeringsarts werd zij per 9 juni 2017 als voldoende belastbaar beschouwd om haar werkzaamheden te hervatten. Het UWV beëindigde daarop de Ziektewet-uitkering. Appellante maakte bezwaar en beroep, maar deze werden ongegrond verklaard omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en er geen aanwijzingen waren voor relevante beperkingen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en vond geen aanleiding om het medisch onderzoek onzorgvuldig te achten. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar werkzaamheden zwaarder waren dan aangenomen, maar de Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat er geen sprake was van excessieve fysieke inspanningen in haar functie.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de eerdere uitspraak. Er is geen aanleiding voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige of voor het toewijzen van proceskosten.
Uitkomst: De ZW-uitkering van appellante is terecht beëindigd en het hoger beroep wordt afgewezen.