ECLI:NL:CRVB:2020:2426
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te veel betaalde AIO-aanvulling en ouderdomspensioen ondanks dementie appellant
Appellant ontving een ouderdomspensioen en een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling) op basis van de norm van een gehuwde. Na het overlijden van zijn eerste echtgenote werd dit aangepast naar de norm van een ongehuwde. Later bleek uit de basisregistratie personen dat appellant opnieuw was gehuwd, waarop de Sociale Verzekeringsbank (Svb) het pensioen en de AIO-aanvulling herzag naar de gehuwde norm en de te veel betaalde bedragen terugvorderde.
Appellant maakte bezwaar tegen de terugvorderings- en boetebesluiten, waarbij de boetes werden kwijtgescholden wegens gebrek aan draagkracht, maar de terugvordering werd gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn dementie hem verhinderde het huwelijk te melden en dat er dringende redenen waren om terugvordering achterwege te laten.
De Raad oordeelde dat de dementie niet het gevolg is van de terugvordering en dat de terugvordering op grond van de wet verplicht is. De inlichtingenverplichting was geschonden door het niet melden van het huwelijk, ongeacht de dementie. Dringende redenen om af te zien van terugvordering waren niet aannemelijk. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De terugvordering van te veel betaalde AIO-aanvulling en ouderdomspensioen wordt bevestigd ondanks de dementie van appellant.