ECLI:NL:CRVB:2020:2407
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag militair invaliditeitspensioen wegens ontbreken causaal verband tussen klachten en uitzending Bosnië
Appellant was van december 1997 tot mei 1998 uitgezonden naar Bosnië en heeft in januari 2007 ontslag genomen uit militaire dienst. Hij vroeg in januari 2008 een militair invaliditeitspensioen aan, dat bij besluiten in 2008 en 2014 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond, en de Raad bevestigde dit in 2017.
Appellant stelde de staatssecretaris aansprakelijk voor schade door een PTSS die hij aan zijn uitzending toeschreef. De staatssecretaris weigerde aansprakelijkheid omdat geen oorzakelijk verband bestond tussen de klachten en de werkzaamheden. De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de schade het gevolg was van de uitzending, en dat nader onderzoek niet nodig was.
In hoger beroep handhaaft de Raad dit oordeel. De Raad verwijst naar vaste rechtspraak dat een oorzakelijk verband vereist is en dat de ambtenaar dit moet aantonen. De medische stukken en eerdere uitspraken tonen onvoldoende bewijs voor een causaal verband. De Raad bevestigt daarom de afwijzing van het pensioen en de weigering van aansprakelijkheid.
Uitkomst: De aanvraag voor militair invaliditeitspensioen wordt afgewezen vanwege het ontbreken van een oorzakelijk verband tussen de psychische klachten en de uitzending naar Bosnië.