ECLI:NL:CRVB:2020:2404
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandelingstelling aanvraag bijzondere bijstand wegens niet tijdig aanleveren gevraagde gegevens
Appellant diende op 6 februari 2018 een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor kosten van rechtsbijstand en griffierechten. Het college verzocht hem meerdere malen om aanvullende gegevens, waaronder bankafschriften, binnen gestelde hersteltermijnen te verstrekken.
Ondanks drie hersteltermijnen verstrekte appellant de gevraagde gegevens niet. Het college stelde de aanvraag daarom op 17 april 2018 buiten behandeling, een besluit dat bij bezwaar werd gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
Appellant voerde aan dat persoonlijke omstandigheden zoals ernstige ziekte, een echtscheidingsprocedure, ontslag en gedwongen verhuizingen hem verhinderden de gevraagde gegevens tijdig te overleggen. Ook stelde hij dat het college hem nog een laatste hersteltermijn had moeten geven.
De Raad oordeelde dat appellant een ruime hersteltermijn van bijna twee maanden had en niet aannemelijk had gemaakt dat hij redelijkerwijs niet over de gegevens kon beschikken. Ook was geen verzoek om verlenging gedaan. Het college had bovendien duidelijk gecommuniceerd welke stukken ontbraken en binnen welke termijn deze moesten worden aangeleverd. De stelling dat nog een extra hersteltermijn had moeten worden geboden, werd verworpen omdat de wettelijke regeling dit niet vereist.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De buiten behandelingstelling blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De buiten behandelingstelling van de aanvraag bijzondere bijstand wordt bevestigd omdat appellant niet binnen de hersteltermijnen de gevraagde gegevens heeft verstrekt.