ECLI:NL:CRVB:2020:2395
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling draagkrachtberekening bij bijzondere bijstand voor bewindvoerderskosten
Appellanten ontvingen bijzondere bijstand voor de kosten van bewindvoering nadat zij onder bewind waren gesteld. Het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn stelde de draagkracht vast door het inkomen te verminderen met 110% van de bijstandsnorm en vervolgens 35% van de draagkrachtruimte als draagkracht te berekenen, zonder buitengewone lasten mee te nemen.
Appellanten maakten bezwaar tegen de hoogte van de draagkracht en voerden aan dat het college niet conform het beleid had gehandeld en dat het beleid onredelijk was. Zij stelden dat een hogere bijstandsnorm had moeten worden toegepast en dat volledige extra woonkosten in aanmerking genomen hadden moeten worden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat het college binnen haar beoordelingsruimte heeft gehandeld, het beleid binnen redelijke grenzen valt en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn om van het beleid af te wijken.
De Raad benadrukte dat het college de draagkracht correct heeft vastgesteld volgens de beleidsregels en dat de argumenten van appellanten onvoldoende zijn om het beleid te wijzigen. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.